Dienstverband - Vast contract na 3 opvolgende tijdelijke contracten of tijdelijke contracten overschrijden de 3 jaar grens (R90206)
Referentienummer: R90206
Behoort tot Normenkader ValueCare
Personeel & Financiën
Samenvatting
Sinds 1 januari 2020 gaat een tijdelijk contract automatisch over in een vast contract als een werknemer meer dan 3 opvolgende tijdelijke contracten heeft gekregen. Of als een werknemer langer dan 3 jaar meerdere tijdelijke contracten bij zijn werkgever heeft gehad. Tenzij er in de cao andere regels staan.
Een werknemer krijgt automatisch een vast contract als:
- Hij meer dan 3 tijdelijke contracten heeft gehad bij dezelfde werkgever of;
- Hij meer dan 3 tijdelijke contracten heeft gehad voor hetzelfde soort werk bij opvolgende werkgevers. (Bijvoorbeeld als een werknemer eerst via een uitzendbureau werkt en daarna rechtstreeks bij de werkgever in dienst komt), en; De pauze (tussenpoos) tussen contracten maximaal 6 maanden is. Voor tijdelijk terugkerend werk (niet beperkt tot seizoensarbeid) dat maximaal 9 maanden per jaar gedaan kan worden mag er maximaal 3 maanden tussen de contracten zitten. Dit moet wel zijn opgenomen in de cao, en; De som van de tijdelijke contracten is langer dan 3 jaar.
- Het 3e contract van de werknemer eindigt op of na 1 januari 2020, en;
- Er staan in de cao geen nadere voorwaarden. De afspraken in de cao gaan voor.
Voor een arbeidsovereenkomst die eindigt op of na 1 januari 2020 geldt de (nieuwe) ketenbepaling van 3 jaar. Ook al is de arbeidsovereenkomst aangegaan vóór 1 januari 2020.
Regelgeving / beleid
| 2020 |
|---|
| Maatregelen uit de WAB
De invoering van de WAB op 1 januari 2020 heeft de volgende veranderingen met zich meegebracht: Ketenregeling: 3 tijdelijke contracten in maximaal 3 jaar 2020: Rijksoverheid - Wet arbeidsmarkt in balans (WAB): wat is er veranderd sinds 1 januari 2020
Vast contract na 3 opvolgende tijdelijke contracten
Voor een arbeidsovereenkomst die eindigt op of na 1 januari 2020 geldt de (nieuwe) ketenbepaling van drie jaar. Ook al is de arbeidsovereenkomst aangegaan vóór 1 januari 2020. Vast contract na 3 jaar tijdelijke contracten
Voor een arbeidsovereenkomst die eindigt op of na 1 januari 2020 geldt de (nieuwe) ketenbepaling van drie jaar. Ook al is de arbeidsovereenkomst aangegaan vóór 1 januari 2020. Voorbeeld: Een werknemer had een jaarcontract van 1 oktober 2018 tot 1 oktober 2019. Daarna kreeg de werknemer een tweede contract van anderhalf jaar, van 1 oktober 2019 tot 1 april 2021. De arbeidsovereenkomst is aangegaan voor 1 januari 2020, maar op de peildatum 1 januari 2020 is de duur van 2 jaar nog niet overschreden (het moment ligt na 1 januari 2020). De ketenbepaling van 3 jaar is van toepassing. Hierdoor blijft de tweede arbeidsovereenkomst een overeenkomst voor bepaalde tijd en gaat deze niet over in een vast contract. Ketenbepaling: opvolgend werkgeverschap De vraag of er sprake is van opvolgend werkgeverschap is sterk afhankelijk van de omstandigheden. Bij het Juridisch Loket kunt u meer informatie over uw situatie inwinnen. 2020: Rijksoverheid - Wanneer gaat mijn tijdelijke contract over in een vast contract? |
Interpretaties
Er zijn geen interpretatiekeuzes gemaakt.
Programmeerbare norm
Er is sprake van “Dienstverband - Vast contract na 3 opvolgende tijdelijke contracten of tijdelijke contracten overschrijden de 3 jaar grens (R90206)” als aan de volgende selectie is voldaan:
|
1) Tekst eerste blok |
|---|
| |
|
2) Tekst tweede blok |
| |
|
3) Tekst derde blok |
Logica: 1 en 2 en 3