MDL - Openen nieuw zorgtraject op basis van zorgactiviteit in subtraject (N4200)

Uit dev.normenkaderzorg.nl
(Doorverwezen vanaf N4200)
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
De printervriendelijke versie wordt niet langer ondersteund en kan weergavefouten bevatten. Werk uw browserbladwijzers bij en gebruik de gewone afdrukfunctie van de browser.

Referentienummer: N4200
Behoort tot Normenkader ValueCare

Ziekenhuizen Volledigheid

  1. Ziekenhuizen Volledigheid - Diagnosebepaling - Openen behandeling
Samenvatting

Deze norm signaleert acties wanneer een subtraject van Maag Darm Lever [MDL] zorgactiviteiten uit de signaleringslijst bevat en het subtraject meer verpleegdagen bevat dan verwacht. Dit duidt erop dat, indien er sprake is van een nieuwe zorgvraag, een nieuw zorgtraject geopend mag worden.

Regelgeving / beleid
2019
Algemene registratiebepalingen
  1. De registratie van het zorgtraject start op de datum dat de eerste zorgactiviteit plaatsvindt in het kader van een nieuwe zorgvraag van een patiënt.
  2. De beroepsbeoefenaar die de poortfunctie uitvoert, is verantwoordelijk voor de juiste registratie van het zorgtype, de zorgvraag en de diagnose. Daarbij beperkt diegene zich tot de typeringslijst die geldt voor dat specialisme of, indien de typeringslijst niet beschikbaar of volledig is, voor dat type van zorg.
  3. Een dbc-zorgproduct omvat het geheel van activiteiten en verrichtingen van een zorgverlener. Dit betekent dat U-bocht constructies niet zijn toegestaan, tenzij in deze regeling is bepaald dat naast het dbc-zorgproduct wél een ander tarief, zoals een add-on, mag worden gedeclareerd. Voor prestaties geldt met ingang van 1 januari 2015 een integraal tarief.

2019: NR/REG-1907a art. 4 lid 1 t/m 3


Openen zorgtraject (met subtraject ZT11)
Een zorgtraject met subtraject ZT11 wordt door de beroepsbeoefenaar die de poortfunctie uitvoert geopend indien de patiënt van buiten de instelling (extern) of vanuit de eigen instelling (intern) bij een specialisme (ook op de SEH) komt met een reguliere of spoedeisende zorgvraag waar nog geen zorgtraject voor is geopend, of waarvan de behandeling en diagnostiek niet passen binnen de context van een bestaande zorgvraag waar reeds een zorgtraject voor bestaat.

Een subtraject met ZT11 bevat ten minste één fysiek face-to-face contact tussen de beroepsbeoefenaar die de poortfunctie uitvoert en de patiënt. Voor klinische genetica geldt een uitzondering op deze regel: in plaats van een fysiek face-to-face contact kan hiervoor ook een screen-to-screen consult plaatsvinden. Voor radiotherapie is geen face-to-face contact vereist indien sprake is van een parallel subtraject zoals omschreven in artikel 19 lid 13 onder b van deze regeling. Subtrajecten met ZT11 voor audiologie bevatten ten minste één fysiek face-to-face contact in de volgende gevallen:

  • Kinderen tot en met 18 jaar met een gehoorstoornis;
  • Patiënten waarbij beoordeeld moet worden of nader medisch onderzoek en/of medische behandeling noodzakelijk is;
  • Patiënten met meervoudige audiologische problematiek;
  • Patiënten met een evenwichtsstoornis.

Voor hartteambespreking en longteambespreking geldt dat er geen face-to-face contact hoeft plaats te vinden, er is hierbij namelijk geen contact met de patiënt.


Wanneer er bij de behandeling van de patiënt in verband met verschillende zorgvragen meerdere specialismen zijn betrokken als hoofdbehandelaar, opent elk specialisme een eigen zorgtraject als sprake is van een eigen zorgvraag, diagnosestelling én behandeling.


Op de voorwaarde behandeling én diagnostiek, zoals bedoeld in artikel 5 lid 1 en lid 2, geldt een uitzondering: indien de patiënt na diagnosestelling definitief wordt doorverwezen naar een andere hoofdbehandelaar van een ander poortspecialisme waar behandeling plaatsvindt, zonder dat de patiënt behandeld is door de eerste hoofdbehandelaar, openen beide poortspecialismen een zorgtraject.

2019: NR/REG-1907a art. 5 lid 1 t/m 3

2020
Algemene registratiebepalingen
  1. De registratie van het zorgtraject start op de datum dat de eerste zorgactiviteit plaatsvindt in het kader van een nieuwe zorgvraag van een patiënt.
  2. De beroepsbeoefenaar die de poortfunctie uitvoert, is verantwoordelijk voor de juiste registratie van het zorgtype, de zorgvraag en de diagnose. Daarbij beperkt diegene zich tot de typeringslijst die geldt voor dat specialisme of, indien de typeringslijst niet beschikbaar of volledig is, voor dat type van zorg.
  3. Een dbc-zorgproduct omvat het geheel van activiteiten en verrichtingen van een zorgverlener. Dit betekent dat U-bocht constructies niet zijn toegestaan, tenzij in deze regeling is bepaald dat naast het dbczorgproduct wél een ander tarief, zoals een add-on, mag worden gedeclareerd. Voor prestaties geldt met ingang van 1 januari 2015 een integraal tarief.

2020: NR/REG-2001a art. 4 lid 1 t/m 3


Openen zorgtraject (met subtraject ZT11)

Een zorgtraject met subtraject ZT11 wordt door de beroepsbeoefenaar die de poortfunctie uitvoert geopend indien de patiënt zich meldt met een nieuwe zorgvraag bij een instelling. Voor deze zorgvraag is bij het betreffende specialismen binnen deze instelling nog geen zorgtraject geopend. Dit blijkt uit het medisch dossier.

2020: NR/REG-2001a art. 5 lid 1

2021
Algemene registratiebepalingen

Het zorgtraject start op de datum dat de eerste zorgactiviteit plaatsvindt in het kader van een nieuwe zorgvraag van een patiënt. Het zorgtraject kan ook starten op de datum van een verstrekking/ toediening van een add-on geneesmiddel of ozp stollingsfactor aan de patiënt.

De beroepsbeoefenaar die de poortfunctie uitvoert, is verantwoordelijk voor de juiste registratie van het zorgtype, de zorgvraag en de diagnose. Daarbij beperkt diegene zich tot de typeringslijst die geldt voor dat specialisme of, indien de typeringslijst niet beschikbaar of volledig is, voor dat type van zorg.

Een dbc-zorgproduct omvat het geheel van activiteiten en verrichtingen van een zorgverlener. Dit betekent dat U-bocht constructies niet zijn toegestaan, tenzij in deze regeling is bepaald dat naast het dbczorgproduct wél een ander tarief, zoals een add-on, mag worden gedeclareerd. Voor prestaties geldt met ingang van 1 januari 2015 een integraal tarief.

2021: NR/REG-2103a art. 4 lid 1 t/m 3

Een zorgtraject met subtraject ZT11 wordt door de beroepsbeoefenaar die de poortfunctie uitvoert geopend indien de patiënt zich meldt met een nieuwe zorgvraag bij een instelling. Voor deze zorgvraag is bij het betreffende specialismen binnen deze instelling nog geen zorgtraject geopend. Dit blijkt uit het medisch dossier.

2021: NR/REG-2103a art. 5 lid 1

2022
Het zorgtraject start op de datum dat de eerste zorgactiviteit plaatsvindt in het kader van een nieuwe zorgvraag van een patiënt. Het zorgtraject kan ook starten op de datum van een verstrekking/ toediening van een add-on geneesmiddel of ozp stollingsfactor aan de patiënt.

De beroepsbeoefenaar die de poortfunctie uitvoert, is verantwoordelijk voor de juiste registratie van het zorgtype, de zorgvraag en de diagnose. Daarbij beperkt diegene zich tot de typeringslijst die geldt voor dat specialisme of, indien de typeringslijst niet beschikbaar of volledig is, voor dat type van zorg.

Een dbc-zorgproduct omvat het geheel van activiteiten en verrichtingen van een zorgverlener. Dit betekent dat U-bocht constructies niet zijn toegestaan, tenzij in deze regeling is bepaald dat naast het dbc-zorgproduct wél een ander tarief, zoals een add-on, mag worden gedeclareerd. Voor prestaties geldt met ingang van 1 januari 2015 een integraal tarief.

2022: NR/REG-2207a art. 4 lid 1 t/m 3

Een zorgtraject met subtraject ZT11 wordt door de beroepsbeoefenaar die de poortfunctie uitvoert geopend indien de patiënt zich meldt met een nieuwe zorgvraag bij een instelling. Voor deze zorgvraag is bij het betreffende specialismen binnen deze instelling nog geen zorgtraject geopend. Dit blijkt uit het medisch dossier.

2022: NR/REG-2207a art. 5 lid 1

2023
Het zorgtraject start op de datum dat de eerste zorgactiviteit plaatsvindt in het kader van een nieuwe zorgvraag van een patiënt. Het zorgtraject kan ook starten op de datum van een verstrekking/ toediening van een add-on geneesmiddel of ozp stollingsfactor aan de patiënt.

De beroepsbeoefenaar die de poortfunctie uitvoert, is verantwoordelijk voor de juiste registratie van het zorgtype, de zorgvraag en de diagnose. Daarbij beperkt diegene zich tot de typeringslijst die geldt voor dat specialisme of, indien de typeringslijst niet beschikbaar of volledig is, voor dat type van zorg.

Een dbc-zorgproduct omvat het geheel van activiteiten en verrichtingen van een zorgverlener. Dit betekent dat U-bocht constructies niet zijn toegestaan, tenzij in deze regeling is bepaald dat naast het dbc-zorgproduct wél een ander tarief, zoals een add-on, mag worden gedeclareerd. Voor prestaties geldt met ingang van 1 januari 2015 een integraal tarief.

2023: NR/REG-2306a art. 4 lid 1 t/m 3

Een zorgtraject met subtraject ZT11 wordt door de beroepsbeoefenaar die de poortfunctie uitvoert geopend indien de patiënt zich meldt met een nieuwe zorgvraag bij een instelling. Voor deze zorgvraag is bij het betreffende specialismen binnen deze instelling nog geen zorgtraject geopend. Dit blijkt uit het medisch dossier.

2023: NR/REG-2306a art. 5 lid 1

Interpretaties

De volgende interpretatiekeuzes zijn gemaakt:

  1. De norm is ontwikkeld om patiënten op te sporen die voor een gastro-enterologische zorgactiviteit langskomen, maar tijdens de opname een andere zorgvraag ontwikkelen. Door middel van deze norm zouden patiënten waarbij de kans groot is dat er een nieuwe zorgvraag speelt gesignaleerd worden en gecontroleerd kunnen worden of er een tweede DBC geopend mag worden.
  2. Voor de bepaling van het aantal verpleegdagen wordt gekeken naar het aantal verpleegdagen binnen het subtraject in de facturatiemodule
  3. Fundamentele parameter: Middels een ziekenhuisspecifieke parameter is het mogelijk om het aantal verwachte verpleegdagen binnen een subtraject (in stap 3) in te stellen. Default is dit vanaf 5 verpleegdagen. (N4200_VERPLEEGDAGEN_MINIMUM)
  4. Optionele parameter: Middels een ziekenhuisspecifieke parameter is het mogelijk om bepaalde zorgactiviteiten uit te sluiten van de signaleringslijst. Default worden alle zorgactiviteiten van de signaleringslijst meegenomen. (N4200_UITSL_CTG_CODES) (N4200_UITSL_CBV_CODES)
  5. Optionele parameter: Middels een ziekenhuisspecifieke parameter is het mogelijk om bepaalde diagnosen uit te sluiten van signalering. Default zijn er geen diagnosen uitgesloten. (N4200_UITSL_DIAGNOSES)
  6. Optionele parameter: Middels een ziekenhuisspecifieke parameter is het mogelijk om bepaalde zorgactiviteiten toe te voegen aan de signaleringslijst. (N4200_EXTRA_CTG_CODES)
  7. Onderstaande zorgactiviteiten komen voor op de signaleringslijst:
    • 080821: Percutane transluminale angioplastiek (PTA) stenose van de andere niet-coronaire vaten (zie 080822 voor occlusie).
    • 080822: Percutane transluminale angioplastiek (PTA) occlusie van de andere niet-coronaire vaten (zie 080821 voor stenose).
    • 034388: Endo-echografie ter beoordeling bovenbuikorganen, inclusief eventuele biopten.
    • 034389: Endo-echografie ter beoordeling van tumoren in het distale colon, inclusief eventuele biopten.
    • 034393: Behandeling Zenker-divertikel.
    • 034394: Therapeutische endoscopie van oesofagus, maag of duodenum.
    • 034501: Gastrostomie, open procedure (zie 034503 voor endoscopisch).
    • 034640: Endoscopische mucosectomie.
    • 034688: Capsule endoscopie.
    • 034694: Endoscopische retrograde cholangiopancreaticografie (ERCP).
    • 034695: Enteroscopie (b.v. enkel- of dubbelballon) met behulp van een flexibele endoscoop inclusief eventuele biopten en poliepectomie.
    • 034696: Endoscopisch plaatsen stent in tractus digestivus (proximaal of distaal).
    • 034697: Interventie-coloscopie (behandeling bloeding, dilatatie) niet zijnde stentplaatsing (zie 034696).
    • 035012: Electro-coagulatie of cryochirurgische behandeling rectumcarcinoom, iedere volgende behandeling binnen een jaar.
    • 035015: Electro-coagulatie of cryochirurgische behandeling (voorstadium) anus- of rectumcarcinoom, iedere volgende behandeling binnen een jaar.
    • 080830: Plaatsen stent (vasculair, urinewegen, enteraal, galwegen, traanwegen).
    • 087648: Drainageprocedure galblaas of galwegen, met CT.
    • 087658: Drainageprocedure galblaas of galwegen, met röntgen.
    • 087678: Drainageprocedure galblaas of galwegen, met echografie.
    • 080028: Niet-electieve embolisatie van vaten.
    • 080828: Embolisatie van vaten.
Programmeerbare norm

Er is sprake van “MDL - Openen nieuw zorgtraject op basis van zorgactiviteit in subtraject (N4200)” als aan de volgende selectie is voldaan:

1) Alle subtrajecten van het specialisme MDL


2) Het subtraject bevat een of meerdere zorgactiviteiten uit de signaleringslijst


3) Er zijn meer verpleegdagen dan verwacht gekoppeld aan het subtraject van MDL

Logica: 1 en 2 en 3

Te nemen actie

Stel middels dossiercontrole vast of er sprake is van een nieuwe zorgvraag en open in dit geval een nieuw zorgtraject voor MDL

Berekening financiële impact

Er wordt een nieuwe DBC geopend met de meest gebruikte diagnose voor MDL. Aan deze DBC worden alle zorgactiviteiten toegevoegd die twee dagen na de zorgactiviteit op de signaleringslijst geregistreerd zijn. Het verschil in waarde tussen de huidige DBC na het verwijderen van de zorgactiviteiten en de nieuwe DBC met toegevoegde zorgactiviteiten is de financiële impact.